Archief | columns RSS for this section

Acquired taste

Toen ik 16 was kreeg ik van een vriend een cassettebandje met de muziek van the Smiths erop. Die vriend  was een groot fan en om hem een plezier te doen luisterde ik ernaar. Wat ik hoorde was een zeurstem die teksten vol zelfmedelijden uitkraamde. Toch gaf ik de muziek een tweede, derde, vierde kans. Ik kocht zelfs een paar jaar later een paar eigen cd’tjes. En inmiddels durf ik te zeggen dat ik the Smiths leuk vind.

Een acquired taste. Het bestaat op veel gebieden. Mensen die drank of sigaretten nu heerlijk vinden vonden dat meestal bij de eerste kennismaking helemaal niet lekker. Hardlopers, of mensen die naar de sportschool gaan moeten er vaak eerst in rollen totdat ze er routine, maar ook plezier in krijgen.

Maar is het wel zo dat je smaak na verloop van tijd kunt ontdekken? Vind je die sigaret na verloop van tijd echt lekker? Of raak je eerder gewend aan de viezigheid, en het andere effect, de nicotineshot die in je lichaam komt?

Je smaak ontwikkelt zich gedurende je leven: als volwassenen luisteren we niet meer naar het Kabouterlied, en we lezen liever Dan Brown dan Dick Bruna. Maar waar de meeste nieuwe interesses meteen leuk zijn, moet je in het geval van een acquired taste je ertoe zetten. Hoeveel pogingen moet je het geven? Na drie opera’s? Na 10 sigaretten? 20 glazen whiskey?

Waarom zou je je überhaubt ertoe zetten iets te doen dat niet bevalt? Als je verwacht dat er toch nog een beloning in het verschiet ligt. Dat is echter lastig in te schatten, omdat het moment waarop je het leuk gaat vinden vaak ongemerkt komt. Naarmate je ouder wordt en tijd schaarser wordt vermindert het doorzettingsvermogen om in een nieuwe bezigheid te investeren, waardoor je minder snel een nieuwe acquired taste zult verwerven.

Wat betreft the Smiths was het de vele moeite zeker waard: na vijftien jaar luisteren kan ik nu zeggen dat ik ze leuk vind, juist met die zeurstem. Wat betreft sigaretten ben ik er minder trots op: het is me gelukt door een paar vieze sigaretten heen te bijten, waardoor ze nu lekker genoeg smaken om het niet roken ervan moeilijk te maken. Want eenmaal acquired, raak je een taste niet zomaar meer kwijt.

Advertenties

Utopie

Dit verhaal heb ik voor een verhalenwedstrijd ingestuurd. Het heeft de longlist niet gehaald omdat er te weinig rode draad en teveel opsomming instaat, maar ik wilde het toch de wereld insturen. Mijn utopie:

2020: eindelijk gaat het goed

Op 1 januari 2020 verdwijnt de euro. De dollar, yen, roepie en peso trouwens ook. Munten, geldbriefjes, valutaverschillen, banksaldo’s: alles is vervangen door de Credit. De Credit is het nieuwe ruilmiddel tussen mensen onderling, de waarde van informatie. De waarde van producten wordt bepaald aan de hand van wie het aan wie verhandelt: vertrouwen ze elkaar dan worden ze het snel samen eens. Vertrouwen ze elkaar nog niet, dan komt er pas een deal als er een persoon bij betrokken is die door beiden vertrouwd wordt. Die persoon hoeft niet echt aanwezig te zijn: in 2020 is het meeste verkeer dataverkeer. De eerstvolgende verkeersstroom bestaat uit hardloop- en fietsrondjes.
Lees Verder…

Festival-tipjes

Vorige week werd ik ineens blij toen ik in de tram stond, te midden van zwetende mensen. Ik rook festivallucht! Die specifieke mengeling van nat gras, zweet en een zweem wietgeur.

Het hangt weer in de lucht. Samen met het lentezonnetje ontwaken ook de festivalkriebels uit hun winterslaap. Lees mijn festivaltips op de subjectivisten

Jaarlijstje

Hier op de valreep mijn jaarlijstje:

Het was een best leuk jaar, ik kwam uit op een 7,4.

En mijn voorspelling voor 2012:

Het wordt een spannend jaar. Ik neem me voor:

  • vaker brutaal te zijn
  • 1 sportieve prestatie neer te zetten ergens in de zomer (tips welkom, ik hou wel van rennen, fietsen en yoga).
  • meer naar muziek te luisteren (met mijn nieuwe koptelefoon en Spotify Premium (leuke playlists zijn dus welkom :)))
  • leuke stukjes te schrijven. Waaronder een review van een duurzame vibrator, dus stay tuned!
  • goede boeken, cd’s, films en andere initiatieven te ondersteunen met mijn geld of werk
  • ruimte te houden voor andere voornemens, plannen, ambities, expedities en exposities!

Zoals je ziet heb ik mijn blog ver-wordpresst. Dat betekent dat er ook reacties op kunnen, en dat het er wat gelikter uitziet.

Fijne laatste uurtjes, lekker knallen straks, en een dikke kus van mij!

Paarse onderbroek

Ik geef het toe: ik gebruik weleens homeopathische middelen. Wetenschappelijk volkomen ongefundeerd, want homeopathie baseert zich op dingen die niet er niet zijn. Die niet verifieerbaar zijn. Kolder. Kwakzalverij.

Toch neem ik bij verkoudheid soms druppels echinaforce van dokter Vogel, die ook al geen dokter meer mag zijn. Of nux vomica als ik nerveus ben. Ik kan niet verklaren waaromik dat doe, waarin ik geloof, omdat ik door al mijn (terecht) sceptische vrienden neergesabeld word. Dus zonder verklaring: ik gebruik die druppels soms en met mij veel anderen.

Vandaag zag ik dat mijn potje bijna leeg was en dat ik dus nieuwe nux vomica moest kopen. Daar had ik alleen geen zin in, omdat ik niet achter de homeopathische bedrijven sta. Om verschillende redenen:

  • Ze verkopen in feite water met een goede gedachte. Dat is lastig te scheiden van gewoon water. Ik geloof best dat een kruidenvrouwtje haar brouwsels met lieve krachten en intentie maakt, maar geloof niet dat dat wordt volgehouden als een bedrijf een miljoenenbedrijf is. Dan geldt er namelijk wat bij ieder bedrijf geldt: alles voor de winst. Wie kwakzalverij bedrijft heeft veel ruimte voor gesjoemel. Als voor een bijgeloof de kruiden bezwerend worden toegesproken in Esperanto, wie zegt mij dat dat is gebeurd? Een filmpje van een stel kruidenvrouwtjes bij volle maan bewijst nog niets over het zalfje dat ik in handen krijg. Door deze slechte bewijsbaarheid ga ik er vanuit dat er aan de top van deze bedrijvenmensen rondlopen die veel geld verdienen aan de illusies dieze verkopen, en die zelf totaal niet in hun waren geloven.
  • De homeopathische industrie wordt meer en meer een soort farmaceutische industrie. Ze maken “bijsluiters”, staan in de drogist dicht bij de chemische zelfzorggeneesmiddelen, worden vaker door huisartsen voorgeschreven en vermommen zich soms als traditioneel geneesmiddel. Wie weet bijvoorbeeld dat Oscillococcinum, “geneesmiddel tegen griep”, homeopatisch is? Dit vind ik uiterst kwalijk: het verschil tussen wetenschappelijk en niet-wetenschappelijk is zo groot dat de producten wat mij betreft in verschillende winkels verkocht moeten worden.

Om deze redenen wil ik de homeopathische industrie niet ondersteunen. Maar dat hoeft gelukkig ook niet: nux vomica bestaat uit half water en half alcohol, om het te conserveren. Binnen homeopathie geldt dat een medicijn krachtiger wordt naarmate je het meer mengt. Traditioneel wordt dit gedaan met water, maar blijkbaar mag er dus ook alcohol bij. Of suiker en vulmiddel, getuige de pillen je ook kunt kopen. Dus als ik mijn bijna lege potje aanvul met water en alcohol kan ik weer even verder, zonder de bedrijven Vogel of VSM te spekken. Of andersom: ik kan mijn potje legen in een fles wodka en klaar.homeowodka

In plaats van een flesje nux vomica koop ik nu een fles wodka, waar ik de laatste druppels nux vomica in leeg . Het principe is dat van Herman de vriendschapscake, maar gelukkig zonder de stank: kom je bij mij op bezoek, dan kun je homeopatisch medicijn meekrijgen. Om zelf te gebruiken en om aan je vrienden te geven. Mocht een onwetenschappelijk begrip als “intentie” bijdragen aan de werking, dan denk ik dat het met de intentie van het delen van wodka onder vrienden wel goed zit. En mocht homeopathie echt 100% kolder zijn, dan ondersteunen we tenminste niet meer de kolderindustrie die een verwarrend plekje probeert te veroveren naast de reguliere geneeskunde. En dan pas kunnen we met recht zeggen: “Baat het niet, dan schaadt het ook niet”.

homeowodka

Wat heeft ten slotte een paarse onderbroek hiermee te maken? Dat is een non sequitur.

Het weer en televisie

“Lekker weertje, he?” Over het weer kun je met iedereen bomen. Dat is heel handig als je niks te zeggen hebt, maar het wel beleefd / gewenst is om wat te zeggen. Want het weer is waar iedereen een mening over heeft, ook mensen met wie je verder (nog) niets gemeen hebt.

Er zijn ook andere toevluchtsonderwerpen. Files of de NS. Hierbij deel je alle mensen (de doelgroep van het weer) in tweeën: de filerijder en de treinreiziger. En dat levert gesprekstarters als: “Wat was er nou aan de hand op de A4?” of “Weet je wat ik vandaag had met mijn ov-chipkaart…”. Deze onderwerpen zijn iets minder safe dan het weer omdat je bij onbekenden niet weet of ze auto- of treinreiziger zijn en omdat discussies over het (openbaar) vervoer in felle debatten kunnen uitmonden.

Wat is nou een safe onderwerp, niet zo afgezaagd als het weer, waarbij je mensen wijs kunt maken dat je echt iets met ze gemeen hebt, zonder dat dat zo is? Mijn antwoord is: kindertelevisieseries. Gesprekken tussen mensen van mijn leeftijd (rond de 30) die elkaar niet kennen maar wel gezellig willen doen ontaarden vroeg of laat in kindertelevisiediscussies. Je kunt er veel kanten mee uit: VPRO, de BRT, Telekids. Iedereen kan graven in zijn geheugen, want gelukkig keek iedereen vroeger televisie. “Hoe ging het liedje van de Troetelbeertjes ook alweer?” “Oooohja, de Troetelbeertjes. En dan had je ook de Gummiebeertjes”. Het kinderlijk enthousiasme van weleer komt bovendrijven terwijl de dertigers weer kinderen worden die ruziën om de afstandsbediening.

Het gesprek kan vervolgens twee kanten op: een serieuze bespiegeling over wat op welke zender was, wie waar niet naar mocht kijken en een kruisverhoor van de ene aanwezige die pas op zijn twaalfde televisie mocht kijken en tot dan toe een en ander beteuterd heeft aangehoord.

De andere mogelijkheid is dat men door elkaar heen en samen liedjes van Smurfen, Freggles, Snorkels, Seabert, Boes Boes en allerlei aanverwante eightiesfauna gaat bléren.

In beide gevallen een prima recept tot verbroedering: na de televisieseriediscussie zal de groep, die niets gemeen had behalve leeftijd, hechter uit elkaar gaan. Alsof men iets deelt. En dat is ook zo.

Net zoals willekeurige mensen het weer gemeen hebben en willekeurige treinreizigers de trein delen willekeurige Nederlandse mensen hun kindertelevisiegeschiedenis met al hun leeftijdgenoten. Het is ideaal om een moeilijk feestje te redden, of zing op de vrijdagmiddagborrel om 9 uur het liedje van Vrouwtje Theelepel: succes gegarandeerd. Het gaat om de jeugdige glinstering in de ogen van een 30-jarige die terugdenkt aan de zondagochtend, waarop hij zonder papa en mama naar de VPRO mocht kijken. De nostalgie van kindertelevisie komt doordat het voor kinderen als hun eerste glimp vrijheid voelde. Een fantasiewereld waarin ze op mooie momenten konden ontsnappen. En die ze met honderdduizenden andere kinderen delen…

Vurrukkulluk

Een poster vol naakte mensen die lezen. De straten en de bibliotheken hangen er dezer dagen vol mee. Het onderwerp van de poster is Het leven is vurrukkulluk. Dat fantastisch coming of ageboek van Remco Campert is op grote schaal heruitgegeven om het lezen te bevorderen. Maar heruitgave van juist dat boek is een teken van de vertrutting waar Nederland nu in rondspartelt.

Zo’n poster bij het nieuwste album van Rihanna had niet gekund. Alleen de, literaire, verwijzing naar de onbezorgd rebelse jaren ’60 maakt dat we deze poster
toleren. En hetzelfde geldt voor de inhoud: vrijgevochten proza doet geen stof meer opwaaien voor de jeugd van nu, voor wie het lijstboeken zijn, verplicht gesteld door hopeloos ouderwetse leraren op sandalen.

Volijk rondhangen in het Vondelpark wordt eigenlijk alleen nog door toeristen gedaan. Toeristen die onze oude idealen kopieren, zonder te zien dat we ze zelf hebben ingeleverd. Ja, bij mooi weer wordt er massaal gebarbecued, maar het rebelse is weg. Het Vondelpark staat vol met afvalbakken om onze rotzooi te recyclen. In plaats van bloemen vlechten lurken we onze gekoelde rosé van de Gall en Gall (met schroefdop, handig) in een uniforme colonne van tam vermaak. Geen naakt of tenminste topless mens te bekennen, zelfs niet op de heetste dag.

Het lijkt wel een terugkeer naar de jaren ’50. Er is zoveel ontdekt dat de mens van nu niet meer hoeft te ontdekken en genoegen neemt met de paden die de generatie voor hem gebaand heeft.

Geen reden je bloot te geven als je het naakt van vroeger kunt hergebruiken. Zolang we Remco Campert blijven hergebruiken blijft het heden verre van stout.