Manics-prijsvraag

Als de kippen was ik erbij om kaartjes te kopen voor het optreden van de Manic Street Preachers in Paradiso, op 26 mei. Maar toen bleef de vraag: wie wordt mijn “plus een”? Hiervoor organiseerde ik een prijsvraag:

En er kwamen reacties! Ben je minder bekend met het werk van de band, bekijk dan eerst even de discografie voor een beeld van de gebruikte titels.

Om tot een onpartijdig oordeel te komen heb ik de titels los van de bedenkers ervan opgeschreven, en zo mijn rangschikking gemaakt. Wat heeft de jury het moeilijk gehad. De geest van de veelzijdige rockband uit Wales kwam naar voren in puntige, rock-achtige titels, maar andere titels zochten het meer in het uitgesponnen, bombastische van de Manics uit de tijd van, pakweg, This is my truth tell me yours. Daarmee was Love in the age of Social Construct (dubbel LP) een groot kanshebber, maar uiteindelijk net niet goed genoeg, omdat het wat de jury betreft iets teveel riekte naar, kuch, conceptalbum.

Image

De winnaar is Don’t call us, en wel hierom:

De titel Don’t call us heeft de feel van de songtitel You love us van het eerste album Generation Terrorists, dat nog steeds bij de meeste optredens gespeeld wordt. Daarnaast is het het begin van de gevleugelde Amerikaanse sollicitatieuitspraak “Don’t call us, we’ll call you”. Maar ho ho, waren de Manics niet eerder anti-Amerikaans? Dat klopt, maar een beetje ironie is ze niet vreemd. Net zoals een tikje mysterie. Betekent deze titel dat er niemand bij ze aan mag kloppen? Dat ze zelf bepalen hoe ze leven, wat voor muziek ze maken? En omdat “we’ll call you” ontbreekt zou je deze titel dus kunnen lezen als “This is my truth.” Daarmee zijn de beide uitersten van het spectrum van de lyriek van de Manic Street Preachers, de felle leuze en het beargumenteerde manifest,  in 3 woorden gevat. Een prestatie van formaat.

En daarmee is @roelfjans de gelukkige winnaar! Tot 26 mei in Paradiso!

Advertenties

Acquired taste

Toen ik 16 was kreeg ik van een vriend een cassettebandje met de muziek van the Smiths erop. Die vriend  was een groot fan en om hem een plezier te doen luisterde ik ernaar. Wat ik hoorde was een zeurstem die teksten vol zelfmedelijden uitkraamde. Toch gaf ik de muziek een tweede, derde, vierde kans. Ik kocht zelfs een paar jaar later een paar eigen cd’tjes. En inmiddels durf ik te zeggen dat ik the Smiths leuk vind.

Een acquired taste. Het bestaat op veel gebieden. Mensen die drank of sigaretten nu heerlijk vinden vonden dat meestal bij de eerste kennismaking helemaal niet lekker. Hardlopers, of mensen die naar de sportschool gaan moeten er vaak eerst in rollen totdat ze er routine, maar ook plezier in krijgen.

Maar is het wel zo dat je smaak na verloop van tijd kunt ontdekken? Vind je die sigaret na verloop van tijd echt lekker? Of raak je eerder gewend aan de viezigheid, en het andere effect, de nicotineshot die in je lichaam komt?

Je smaak ontwikkelt zich gedurende je leven: als volwassenen luisteren we niet meer naar het Kabouterlied, en we lezen liever Dan Brown dan Dick Bruna. Maar waar de meeste nieuwe interesses meteen leuk zijn, moet je in het geval van een acquired taste je ertoe zetten. Hoeveel pogingen moet je het geven? Na drie opera’s? Na 10 sigaretten? 20 glazen whiskey?

Waarom zou je je überhaubt ertoe zetten iets te doen dat niet bevalt? Als je verwacht dat er toch nog een beloning in het verschiet ligt. Dat is echter lastig in te schatten, omdat het moment waarop je het leuk gaat vinden vaak ongemerkt komt. Naarmate je ouder wordt en tijd schaarser wordt vermindert het doorzettingsvermogen om in een nieuwe bezigheid te investeren, waardoor je minder snel een nieuwe acquired taste zult verwerven.

Wat betreft the Smiths was het de vele moeite zeker waard: na vijftien jaar luisteren kan ik nu zeggen dat ik ze leuk vind, juist met die zeurstem. Wat betreft sigaretten ben ik er minder trots op: het is me gelukt door een paar vieze sigaretten heen te bijten, waardoor ze nu lekker genoeg smaken om het niet roken ervan moeilijk te maken. Want eenmaal acquired, raak je een taste niet zomaar meer kwijt.

Happiness is just around the corner

Voor de subjectivisten analyseerde ik de teksten van de Vengaboys

Bettie Serveert

Ik was in een zwembad. Iemand als Amarens was daar en vertelde dat ze uitging met miljonairs en loverboys. Dat was leuk en je kreeg er 500 euro voor. Of dat niet iets was voor mij. Ik zei dat ik erover zou denken, maar legde uit dat ik bij dingen vaak lang nadacht. 

Toen was ik in een kerk (met Hieke, oa). Beetje type Oude Kerk (in Amsterdam). Na een aantal rondjes (er waren twee trappen die rond het orgel wentelden) en buitenom kon je weer terug. Althans buitenom het orgel, binnen de kerk. In mijn laatste rondje was er ineens een man bij de balustrade. Hij hield een speech en gaf me de Yanay-ring, die jaarlijks werd uitgedeeld aan veelbelovend talent. Ik mocht kiezen uit een groen, gele of oranje zegel en koos de oranje, die op de gouden ring op mijn vinger werd geschoven. Blij maar verward vertelde ik het aan iedereen. Ik had nog nooit van die ring gehoord. Toen bedacht ik dat ik vorig jaar langs de Bosbaan (wederom Amsterdam) in de auto ineens rechts was afgeslagen omdat er een bordje “…” Stond (a la Dachau-monument). Daar had ik de winnaar van vorig jaar gezien en de winnaar van het jaar ervoor, in een soort kleine expo over de prijs.

Ik mocht een stuk erover schrijven voor het Parool en voor inspiratie copy-pastete ik het verhaaltje (grootte 69 woorden) van vorig jaar, geschreven door Kees … Hij had het over trappen die die zeker voor een vrouw een proef waren om te beklimmen om op de berg van de kerk te komen. Dit haalde ik eruit voor mijn stukje.

Onderdeel van de prijs was dat je een optreden mocht voorbereiden met een artiest. In mijn geval Carol van Dyk. Ze zat in een rode VW Golf en we bespraken de plannen, dat ging goed. Ze was wel wat neurotisch met dingen als stagetape. We konden oefenen in een tijdelijk onderkomen in wat leek op de Merenwijk, en Carol zei “Da’s handig, dan hoeven we niet op en neer, laten we wat spullen halen uit de Bettie Serveert studio. Ik zei dat we ook wel spullen konden lenen, maar dat vond Carol geen goed idee. De studio was in New York. Ik vroeg wie er mee zou spelen en we zochten een drummer. Carol wist wel iemand en ging rondvragen. Toen ik zei dat ik een hele goeie drummer kende reageerde ze lauw. Ik twijfelde lang en overlegde met Hieke of ik Jurjen zou opbellen maar deed het uiteindelijk wel geloof ik.

Er was ook nog een ouder iemand (38) in de gang waar we stonden. Hij had het over een liedje met het woord “wonderless”. Ik dacht en zei dat ik het Paul Simon zo hoorde zeggen, maar niet wist of en welk lied. Toen had hij het ineens: het was het liedje wonderless dat nu in de charts stond of in elk geval nieuw was (genre tussen Maroon 5 en John Mayor). Hij was erg blij dat hij toch op de hoogte was van die muziek. Ik vond het ergens jammer dat ik er nog nooit van gehoord had (ook al hou ik niet van John Legend)

Context (voor de sceptici en alu-hoedjes):

Ik dacht gisteren aan Bettie Serveert toen ik achter mijn bed de dustbunnies wegswifferde.
En ik was gisteren met Hieke bij een talentenbandjeswedstrijd in het Acta.

Tartaartjes

Mijn droom vannacht was vreemd (goh, het is een droom), maar ook met een soort moraal erin. Daarom wilde ik hem delen:

Ik had een poesje. Dat at nooit bij mij, maar buiten, als echte jager. Er kwam een poesje mijn kamer in, die was heel dun. Maar het was mijn poesje niet; die kwam erbij en was gezond. Ik wilde wat eten voor ze maken. In de koelkast vond ik gehakt dat ik een tijdje terug van mama gehad had. Ik gaf het aan de poesjes.

Toen was ik in een soort commune. Ik denk ik het buitenland. Ik kende niemand, maar sprak meteen gezellig met iedereen. Er was ook minimaal 1 leuke jongen bij. Ze kookten samen en het was mijn beurt. Het was 4 uur. De bewoners vertelden wat anderen gekookt hadden. Dat was lekker en heel divers, met pasteitjes en en verschillende groenten, maar allemaal vegetarisch. Ik vroeg of er vleeseters waren en dacht dat ik die een plezier zou doen met mijn gehakt dat over was van wat ik aan de poesjes had gegeven. Het was net genoeg voor 2 kleine tartaartjes. Ik legde het op het aanrecht om te mengen met kruiden en broodkruim om er nog wat van te maken.

Toen kwam een vrouw binnen. Ze zei: “iedereen die nieuw is op Callus moet eerst de documentaire kijken over onze principes” Ik wilde oké zeggen, maar ze ging snel door. “…dan leer je dat wij hier geen mensen zijn die het grote vlees eren!”

Ik zei “Dat doe ik niet…” Ze keek minachtend “…maar ik wil best die documentaire kijken.”

Vandaag waren de tartaartjes, per 2, in de aanbieding bij de biologische winkel. Ik heb ze maar gekocht.

Kerststukje

Om onze donkere dagen te verlichten schreef ik een kerststukje bij de Subjectivisten.

Ho, ho, ho!

Utopie

Dit verhaal heb ik voor een verhalenwedstrijd ingestuurd. Het heeft de longlist niet gehaald omdat er te weinig rode draad en teveel opsomming instaat, maar ik wilde het toch de wereld insturen. Mijn utopie:

2020: eindelijk gaat het goed

Op 1 januari 2020 verdwijnt de euro. De dollar, yen, roepie en peso trouwens ook. Munten, geldbriefjes, valutaverschillen, banksaldo’s: alles is vervangen door de Credit. De Credit is het nieuwe ruilmiddel tussen mensen onderling, de waarde van informatie. De waarde van producten wordt bepaald aan de hand van wie het aan wie verhandelt: vertrouwen ze elkaar dan worden ze het snel samen eens. Vertrouwen ze elkaar nog niet, dan komt er pas een deal als er een persoon bij betrokken is die door beiden vertrouwd wordt. Die persoon hoeft niet echt aanwezig te zijn: in 2020 is het meeste verkeer dataverkeer. De eerstvolgende verkeersstroom bestaat uit hardloop- en fietsrondjes.
Lees Verder…